Heer, o Heer, waarom heeft U mij verlaten
Naar U reik ik, mijn schedel wordt gelicht en al mijn gedachten eruit gehaald,
Naar U reik ik, mijn hart wordt mij ontnomen en het kloppen is van de wonden
Naar U reik ik, mijn graf is gegraven, mijn zelf werd ontzield.
Naar U zie ik op, kijk mijn nazaten zijn afgereisd naar de stad van mijn jeugd,
het huis waar het monster zich bevind in de nimmer verstofte jaargangen van angst,
van de nietigheden van het kwaad tot het afgrijzen om de onherkenbare draden
is de angst van het vallende lichaam als de ban van het stof op de oppervlakte,
Heer geef, geef mij de are in lichtgeel, in de groep van lammeren breekt het ik haar zwerfziel
in het gedicht van wol, de vrolijkheid zelve die over ellende blaat zal mijn ziel vlechten met zuiverte
al mijn liefde gaat uit naar het bestaande, vooral de stenen maagd,
die haar schiereilanden werpt in de concrete cel, het vergeten oude doorwaadbare ik
de blinde ent van de ziel uit de Plot van de filosofie, zie nu hoe de eenden snaterend
de statuten van de tijd bekwaken met kwak, kwak, kwak het zaad aan de stenen voet.
Zie hoe op de tepelhoven de mannen staan als waren het draaitafelen
Gevild is de tederte van de huid, de gebolde leugen in ter velde kruipende spam
Aan uw lippen hingen de eeuwigen… de stenen knieval van de teerling
Mij past het lijfje van knellende verlangens, de vreugde van de glasgeboren holte, niet streelbaar, niet ziek
nog niet opgebonden tak van schaamte, met bloem en al verslingerd aan het doorluchtige in haar richten, krul is goed…
Koosnaam van mijn kindje, ik bind je onder mijn zolen,
anders kunnen mijn voeten niet gaan in de vreemde wereld
kan ik je niet nareizen om het vallen van de nacht op te halen
jouw lichaam in mijn armen het inslapen geven in vrede en troost,
In de lichtgeeuw broedt de wake, in de brede hand staat het smalle kindervoetje.
Het schijnsel van mijn zorgen slaakt in de dans van kringen de uitverkoring
Nimmer was ik nog dood, de schede blijft leeg, van deze dag alleen
Vanavond komt mijn man over de ophaalbrug van mijn halfslaap,
Het is feest, voor de morgengeboorte van mijn nieuwe naam
Judith V. Pasen 2010