Archive for January, 2006

Kundalini

Saturday, January 14th, 2006

14-1-2006

Nu ik op de grond zit en de computer op de lage tafel staat, wordt het
schrijven aantrekkelijker omdat het tot mijn geestelijk heil dient,
zoveel mogelijk in de lotushouding te verblijven om de spinale
procesgang tegemoet te komen. De breuk tussen meditatie en dagelijkse
aktiviteiten wil ik overbruggen. Ook het scheppen dient te zijn als een
gebed. IK geloof in de macht van de kundalini-energieen en de
onbelemmerde doorgang van de stroom van genade door het lichaam, langs
de ruggegraat, de naaf van het bestaan. Als de energie heel het lichaam
doorstroomt is een handeling een resultaat van innerlijke overgave.

Zodra ik mijn ogen de kans geef om te zien, zien zij, alles, het al ,
het perfecte in al vormen willekeurig en spontaan aanwezig in de
buitenwereld, in het gevallen dropje op de straat, de verpakking met de
halve maan-uitsnijding, het afval van de wereld is een graf vol bloemen,
een eclatante staat van verbeeldingskracht.
Zodra ik ga tekenen, ordenen, maken…of zien, ontstaat er een wildgroei
aan beelden, onaf en onafgebroken stromend door mijn geest. Mijn geest
raakt overspannen en de slaap loost een deel van de overtolligheid. Wat
moet ik doen. Mijneigen verbeelding ontregeld me door in het lichaam
lokaal en mentaal tot een overproduktie te komen. Ik moet me bezinnen op
vorm, de stroom van zinnebeelden moeten de weerstand van het vlees, de
botten, de organen en alle weefsel ondervinden om tot iets blijvends tot
stilstand te komen. Door mij heen, door gebed en bezinning transformeert
zich de afscheidingsstroom van uiterlijke fluctuaties. Het scherpzicht,
het aanzicht, dat manifest wordt een maal in de raddraai van de
waarneming gevangen maakt mijn werkelijkheid complex, hoe anders kan ik
die weer vereenvoudigen dan door gebed en meditatie.

Overal wil ik zijn en overal werkelijkheid…

….in mijn droom vannacht zocht ik een popje voor donkere Zoe, maar de
waarde van het popje lag niet in de pop, in hoe haar gezichtje mooier
was dan dat van andere poppegezichtjes, in de merkkwaliteit en het
makerslabel, maar in het muziekje dat in de pop zat. De pop die ik voor
haar koos was alleen niet meer dan de voorzijde van een uit de mal
gekomen pop, een gevormde voorwand hoofd buik armpjes en beentjes, maar
het muziekspel was zuiver en mooi, en duur, verzin ik

Meisjes

Thursday, January 12th, 2006

8-1-2006

De meisjes zijn lief.Eline ziet dat ik aan mezelf voorbij ga, dat de
zorg niet mijn enige bestemming is. Haar liefdesbetuigingen voelen soms
al een excuus, sorry mama dat het mama-zijn zoveel van je vraagt, ben je
niet om mij boos. Dat is droef voor de “liefste mama” die bestaat. Mijn
verwezenlijking ligt niet in het moederschap alleen, ik heb behoeft me
terug te trekken in bespiegeling en de wegwijzers te vinden voor mijn
leven. Eline zal sterker moeten worden en in de losser wordende band
tussen haarzelf en mij een kracht in ruimte en tijd moeten scheppen voor
zichzelf. In feite spreekt ze haar afhankelijkheid uit naar mij in
liefdestaal. Wij kunnen samen opgaan, haar onafhankelijkheid en mijn
zelfvertrouwen en eigenmachtigheid dienen elkaar in hun ontplooiing en
waar mijn vertrouwen en bereik toeneemt zal haar zelfontwikkeling een
motief vinden. Zij is nu allereerst(bij het opstaan zoekt ze mij) en
allerlaatst(zonder mij slapen is onmogelijk) dochter, mijn dochter.
Meisje de dagen zijn van jou, de nachten, de slaap, het ontwaken zijn
voor jou, nu nog binnen mijn dagen maar onoverkomelijk van jou in het
vooruittredend nu.

Dromend huil ik zwarte tranen, want het kind van Andreas broer heeft mij
de dood gewezen, het briefje met de woorddood heb ik nimmer ontvangen,
maar de onthulling over van deze fictie doet mijn ogen wenen, inktzwarte
tranen, waarnaar de anderen komen kijken, doe maar niets, de druppels
rouwvocht vinden het wit, het oppervlak van een lap, die tot prop
gevormd in een kom naast mijn hoofd komt te staan, na de slaap is de
prop wit, waarzijn de zwarttranen van mijn ziel, is er zwart badje op de
bodem van de kom ontstaan. Is wat al het zwart kan absorberen het wit,
is het wit krachtiger dan het zwart.

….dromend zeg ik tegen D.S. die ik ken van kunstacademie en bij wie
Andreas een kamer in het huis huurt als atelier, ik zeg deze cel op,
want Andreas maakt geluid en het luiden van zijn wezen raakt in opspraak
en is conflictueus. Ik zeg zijn CEL op, ik zeg de cel die hij via mijn
connecties heeft op voor hem.. Was het zijn kamer en ateier of de mijn.
Is het zijn aanwezigheid in mijn ruimte-tijd die , wie is de gevangene
in deze cel.

droom

Thursday, January 12th, 2006

12-1-2006

Voor zover ik mijn droom herinner herschrijf ik hem met mijn dagelijkse
verstand en valt het daglicht op inhouden die nimmer beschenen werden
door de zon, nimmer door het uitlichten een postuur kregen, inhouden die
zweven op de nacht, als vlindervleugels’ weerschijn van tijd zonder
grenzen, open baring.

….lukraak valt mij tebinnen, het terrein, het veld, waarop nog een
broodje ligt van twee jaar oud, dat kan naar mij wijzen…de politie
draait de film van de vermoorde man, hij zingt en scharrelt naakt met
een microfoon over het podium, bleek, kwetsbaar zingt het lichaam een
lied, woorden die rafelen… de vrouwelijke politieagent aanschouwt de
zondaar op de film. Blij dat het lijk, dat klein en dubbelgevouwen in de
zak zit die Andreas de trap afwierp terwijl hij het lijk persoonlijk
wilde overhandigen aan de “macht” maar dat ik het niet dorst omdat het
feit dat het ons lijk is ons maakt tot de moordenaar, samenvalt met het
gefilmde lichaam. Het feest twee jaar geleden, een slagveld van
genotsmiddelen, met Andreas en Hero, was zijn laatste nacht. Ik ben
feestschuw.

….de plage van de ballet-jes. Voor ik het strand, la plage, verlaat
moet ik een aantal dozijnen balletjes terug gooien naar het honk, dat is
waar mijn zusje ligt, de omliggende strandzoekers schuiven , waar ik de
precisie in de uitvoering van de worp mis, het balletje door, een
gebedvan richtingzoekers, mijn kleine meisjeskinderen, of kindermeisjes
wachten aan mijn flanken…eenmaal doorkruist een jongetje de uittocht
van de balletjes en loopt dwars door mijn werpveld, hij vangt een
balletje en rent ermee in de zee, het geeft niet als die ene noot aan
het akkoord ontbreekt, ik zet gewoon een punt achter de volgenden, een
stilte-tel, een aanhouding…

….ik mag wel bij de mooie jongen slapen, maar liever niet, dus ik ga
weg door het donker

Afschuw

Thursday, January 12th, 2006

6-12-2005

Nooit in staat om iets te doen zonder afschuw, is het van gewicht een
nonchalance te ontwikkelen over het plan van de dag. Eline zegt me dat
ze heel graag met mij naar ballet gaat, dat ik meemoet voor haar heil
zogezegd, moge dit mij helpen deze wekelijkse verplaatsing naar de
andere kant van Amsterdam, met de tram en door het donker weer terug
mijn aangespannen houding vooraf te aanvaarden, als de
onontonkoombaarheid van een in geweld en kracht gezetelde voorwaartse
aanzet over startbaan voor de vlucht eerst begint en ik loskom van mijn
grond(ont)stemming.

Donker lichaam

Thursday, January 12th, 2006

8-12-2005

Steeds nog verkeer ik in het donkere lichaam. Geen enkele beweging wordt
door mij gekoesterd.
Het absoluut statische, de onwendbare steen sluit mij af van het gaan.
Zo stil houd ik mij op in de tijd dat het als een anker wordt dat mij
omtrekt naar de rotsharde grond. Niets beters weet ik dan heel
voorzichtig te gaan liggen op het spijkerbed van de tijd met iedere
seconde een prik in het lichaam van bloed. IK wacht op de korst, het
kost zijn tijd voor ik gewicht kan geven en de scherpe puntdruk kan
opnemen met de huid die zich in kort heeft gekleed. Wat rood was is
bruin,
wat vloeide, hoe minutieus en onafzienbaar, is stevig en onverbrekelijk
met mijn zijn gekorstte zegellak. Bloed vloeit niet als er pijn is, wat
pijn leek, is een verlangen naar de wond, om de maatstaf te kennen die
het leven erin schept als tijd een van haar gemartelde stralen ‘corona’
afzet in het bad dat dagelijks genomen wordt in een besloten tijd.

IK haat deze moeders, deze gruwzame vrouwen met mannenkelen en
mannenwoorden. Ik haat hun lachen en als zij mij groeten verspelen zij
zichzelf tegen beter weten in. Het spijt mij dat het leven hen zo
gemakkelijk afgaat en als ik het hunne ergens een beetje in de war
sturen kan, zonder ietst te doen alleen door langs hen te lopen heb ik
een bijdrage geleverd aan de feilloze sturing van hun vergetelheid. dat
zij moge lijden en liefhebben…

….Lieve heer Krisus sta mij deze vergeldingsgedachte toe, ik ben immers
niets, een niemandskarmelietes tussen veel delicatere bestaansvromen. Ik
ben in god oh mijn god licht mij, lichtmanen dansen met mijn lichaam en
dagend verschijnt de ziel en de toog.
God, kus mijn kinderen, kus hen.

Naam

Thursday, January 12th, 2006

12-12-2005

Heet zij, is zij een naam , waar zonen geboren worden is de zon,
maar de schaduw op haar oogleden, de hetzelfde gelaat, een stede voor
vergeten

Vergetelheid

Thursday, January 12th, 2006

13-12-2005

….en vergeteheid vindt in de zucht der stilte, een randje om zich het
schone binnen te trekken, tevergeefs, want deze rand is als sprekende
lippen, de grens tussen oorden die nog ver zijn,
een wieg schommelt zich stil, leugens aan de flanken van het verlangen,
vallen de stilte binnen, maar zij zijn als tuimelaars voor het kind een
confrontatie met het opwaartse, een abstractie die je daar wacht naast
waarde verlangens van je ziel nog omgekeerd beeldloos, een operatie
onder oppervlakte vindt plaats elders dan waar ik ben en droef viert een
traan echtheid.
zonder mij zal de leugen verschaald en noodlottig zijn, zonder mij zal
zonder leugens kunnen zijn, het graf van kennis, slaap en credo
vindingrijk ingezetene van mijn nacht, de kaakklemzal in krachten
toenemen tot zijn vaneen het gaat en ik een moddermens wordt met bloemen
op haar ogen, haar buik…kindje mijn lach is een buik voor jouw slaap,
zou ik mijn slaap op kunnen geven, er was een wonder waar

Buik

Thursday, January 12th, 2006

20-12-2005

mijn buik is vol en gvoelloos, een ontzetting die zich fysiek heeft
genesteld tussen grauwzame herinneringen. Als ik Lisa ophaal weet ik me
levend, voel de warme stroom van haar genegenheid, de dappere motieven
van haar omhelzende armpjes en beentjes, overgave en eenzijn.

Laat mij weten als ik sterf,spreek mij tegen als ik mij onttakel opdat
ik licht mag waarnemen,
Licht dat breekt voor het mijn duisternis kon intreden, de ogen sluiten
hun leugens op, niets neem ik meer waar dan de beelden die ik uitgraaf
in hoop, derzelfde lacht het dwaallichtje dat zijn sterallures afgeeft
op de vlijt, ieder woord stikt in kassen bewaakte ogenblikken
vanverspreken geboorte en verlangen naar echtheid, het levenslicht, op
spiegels beslagen die door een kruisemunttakje het ovaal wist, wat is
geweten wat wat werd geweten, wat is en wordend is…

Nektharsis

Thursday, January 12th, 2006

21-12-2006

DE gedachten rond god zijn goochelspelen rondom verdwijnen en
verschijnen, niets is blijvend, niets wat aan de zintuigen opgediend
wordt blijft, alles is efemeer en blijvend raadselachtig.
Geef toe aan de diep in het wezen besloten nood iets zinnigs te ervaren
en daar ontstaan de richtlijnen om ontheffing van het lijden te
bereiken, een verheven staat en een contact met god als meester van het
vorm-al.

De mystieke behoefte om te verkeren in de gewijde staat van te
verblijven in het verblijf; desselfden waar het raadsel toetreedt in een
vormvaste verschijning opponeert de resultante
van onze wezenlijkheid als ware vorm in een leerstaat die een matrix is
van onze wezensstaat.

….ik leer om te weten, ik volg om te kennen, ik zit in de lotuszit om
mij te verheffen tot mijn wezensstaat en samen te vallen met het ene,
hetgene dat een verbondenheid gestalte geeft
van waarheid en werkelijkheid als een quotient van liefde. Reiken doe ik
met mijn kruin, mijn hele hoofd, mijn hele ruggegraat, ik modificeer mij
tot een kanaal van licht, ik trek niet de wijde werkelijkheid in, maar
bewerk de inwendige verwijding ter innerlijkheid van het zijn, het
ondoorgrondelijke zijn.

Niets verandert door verdwijning en verschijning, een illusie van
verandering wordt gepresenteerd en het verblijf van het raadsel wekt ons
en wekt in ons een tolerantie tegenover veranderingen die onomkeerbaar
zijn, zoals de dood in het leven.

Ik reik…ik zoek mijn bereik.
Anderen bereiken intussen een en ander dat waarde heeft, de waardevaste
zijnsgronden van hun huis, hun beroep, hun sociale net… ik reik tot er
niemand meer overblijft, mijn zelf wordt onvergelijkelijk, maar nimmer
ben ik mijn meer bewust dat je je werkelijkheid niet kunt oplossen in de
waarheid als een suiker in water. De werkelijkheid van het bestaan is
een pijn die ik niet wil voelen, en de stilte, de leegte, god schept mij
geen verblijf.

Alleen de trance leid mij naar een punt van willen dat omzwermt is door
een bijenstroom die met nektar mij verpleegt, het pleegkind van de bijen
is al wat ik worden kan in deze wereld.

Lisa, li sa sa, li lil li li lil li sa sa sa saaa… ne ne n e ne ne ne
….ne..k….nektharsis

Afstemming

Thursday, January 12th, 2006

10-12-2005

Het afstemmen op wat ik ben is zo bepalend dat ik onbeweeglijk blijf. Ik
atel me voor dat op een moment zijn en beweging vervloeien zodat ik ben
in wat ik doe.
Voorlopig ben ik als moeder een interferentieverschijnsel van
uiteenlopende energieen met uitlopers in alle extracten van de teerling
en de wil, waar mijn kinderen bewegen sta ik stil.