Ceder
Tuesday, August 19th, 2008zwart als de ceder
is het duizendvuldige vergeten
een giftand flonkerend van dode begeerte
in mij aftakelend, aan de
oever is te lonken bomen gezwaard
tot hun kruinen, engelengeduld, aan de top vrede
diep gebeden in mijn binnenste,
het genas niet, het dronk mij zwaar
als ik het droogveegde, de ijver beproeven
met bochtig vergroten van de stonde, tot meta-gnomen
dansend in mijn schaamte, hun getergde kluiten klaar
en bitter komt de adem nog na, de ruit van de halve maan
In glanzende maagdenvlies, passen te nauw
de pijnen zijn die mij geschonken, of achteloos zich te delen
in het grote, is hun volmacht mijn bestemming vaag
god bracht de plaats voor mijn woorden, deze testamentaire
van glorend zonnen de angsten gekleefd en liegen
voor de vruchtgoden, een kus van beslotenheid in velen
openbaren, heerlijkheden te sterven gelegd als kinderen,
Schenk mijn leven aan het lege, derhalve de leegte
want gedrongen en mismaakt is de nederige lief

