pig
Thursday, September 25th, 2008Schrijnend valt mijn oog op de eeuwige aanbidder, zijn
schaduwen als hemelen
roepen mij, de poort van het verlangen heft zich naar het
toekomstlicht
maar voor mij staan verledens met in lichterlaaie gezongen
takken, het arme gewicht
is nijdig het tillen te veel voor de pijnen is geen moeder
tot baken, zwart is haar nevelen
wat berouwt haar wenen, nog staan de schoven op aarde, als
de vissen zwemmen
snauwen de doden met het uur van verwijlen op hun gelaat,
dat zich wiel
draait , de ode der bannelingen loftuigend op de arm
gewaagd waarvan de wind viel
Verzwegene van mijn hart, lied van mijn liefde, ik bid de
toesnellende tijd tot temmen
De ruisende bron neemt de stenen op die neergegooid waren
in de geschrokken stem
van de klacht, ving U de windselen van mijn lijk en gaf
ze gestrikt, terug lezen mijn lippen
naar profetie, de van mijn tablet ontwaakte huwelijksdag,
in het nauw is de eed want slippen
vallen als zwarte ravijnen om de as waar het wentelen
genoeg druppels beamen, varken van Jeruzalem
Ochtend baar mijn genoegzame op, mijn huid verzucht vele
levens, naar de vloek versmoltenheid
terug op de deinende as door het geborgte, kind, zetelt
een gemoed van gelukkigen
en schonken de hellingen hun bloemen, de lucht is
dezelfde ik aanwees aan Imogen
de kruiszaden voegen zich naar de hals, benamen de kuil
van mijn ogen wieg van daad bevrijd…