Archive for November, 2008

flygirl

Saturday, November 29th, 2008

flygirl,

en ik werd blind van onvoorziene gedachten, draaiend als
schroeven van de tijd
oud en ontmand, de kin van schaamteloos verlangen op het
borstbeen geklampt

het geluk dat niet was is voorbij, ten onder gegaan aan
zijn vermeende kracht
want de heer der vernietiging zond mij zijn paard dat ik
niet herkende omdat het
zo zachtmoedig ritselde in de ingewanden waar opgespaard
verdriet volgezogen
ligt met ongehoorde fluittonen, zacht gesneden als een
witte boterham met aardbeien
die onverschrokken opgehoest boven een donker gat
terwijl het zonlicht buiten verdwaald

en ik werd blind gezadeld op het geluk, het danste
zwevend licht, met een schouderophalen
naar het keren van de wind die nu uit het oosten rukt
aan mijn staart terwijl de draak gebukt omziet
naar het schoeisel dat de aarde smeekt om te leven,
trippelend bloedrode stippen kust naar
de verloren familie, leden sust met een deinend
mededelen van rust aan de doden

en ik lach in de schuren van het verstand, waar het werk
onafgebroken vergt dat voorwaartse
oren de geluiden der stemmen met vilt beslaan, zo
geweest zijn de klanken gegoten in stem,
is de geur die herinneringen dragen weldadig voor de
nakomelingen opgezonden uit
hof der verbeelding, waar het vliegend kind de manen
streelt van haar schimmelziel

reminiscent

Thursday, November 27th, 2008

In de behouden nesteling, van de kinderziel ,
zijn gelijkenissen door het lichaam getrokken
het eenzaam achterlatend in zijn eigen kooi
verstikkingsdoden hebben geuren aangvoerd
die het jonge hart het kwaad insleuren, zijn beproevingen
ter bezichting gesteld in de koude lege nis het ziellicht

levenslustigen overtroeven elkaar in nalatigheden,
de snerpende spelen kiezen zij uit de tranen die
namen vergeten, een opgetogen monstering van overvloeden,
die bergafwaartse bezieling, een sleep van spijtwegen

maar vertrouwen, hoe zeer het is verwond, mengt onverslagen
het palet van betekenissen, de opgebroken oude weg afgaand,
zonder te sterven, hel en hemel betrekken een
sprookje, vanachter zichzelf ontvouwende kolenlagen
reikt de eeuwige slaap tot het werend beeld van bewaarheid

opgeschrokken uit de tast, opent de levende mond de geliefde

die verstijfd en zelfverzonken zijwaarts rolt, mikado van ledematen
de stenen gedaante brekend, in het heft zijn zwaard met beenderen
hoort, en zingend in wonden wil dopen, de eer die stierf .

Vervaagd haar beeld niet de droefenis, de band met de tijd
is het schoorvoeten van de rede waarin het hoofd de huilhongert naar
de gladde kaart van groeiende zaden, de tijden leertijd zijn

zielen hovenieren het nekbrekende verwijlen
in stemmen te spreken beloftes bloeit licht, graag willen

graag huwen de prinsen de deerniswekkendste zuivere ziel
die op het voorhof van de portalen haar voet richt
op de genadeblik, en de verwarmende hoop van de gebeden
de heilzame, de kus van de geest weet te verwerven

Om mij heen zwerven honden in hun dood spoor
de kragen van hun puin sluiten mij in , tot een lichaamloze

eenheid, de goud gesmolten enkeling…

bison

Friday, November 14th, 2008

Gevallen uit de bijbelse grandeur, gefrituurde
voedselschatten, de vis
gestolde hersenen, de laatste dierbare die het, te
verlegen om te sterven,
gelukt voort te stevenen in de praalgang van de tijd, in
het gelid van
van verstijvingen der geest, grommende dagen als barende
kluizen

Wie zij was de prinses in de schoot van de lemuren,
pistool dat
gevuurd gaat onverkort tot in de vergrovingen waar
sporen brandbaar
vingerhoge schittering bedrust bergafwaarts gaat het met
haar, de steen
is geen geschikte vorm voor bezieling, wondvlees krijgt
grip op het been

Wolven huiveren als zij haar ogen zien en daarin de
tekenen van dronken
van bloed, verslonden door beten in het altaar,
schuwdoof verdiept in het verbond
een tel voor de kleppers klinken aan voeten van afschuw
, verouderd de woestein
het hart, teugenvol van ingewanden de zinkende kolom
toesnellend, het ribbenhemd…

De muren slaan terug, als de belofte die ik verbrak, is
het kralensnoer erfdeel
van ik, ik die aanbeden heb wat mij in bezit heeft
genomen, Ismael wrijf je voet in het
zand, want zand ben ik geworden…gebroken op het punt
van verschijnen,
de bal in de put, net als de lijven van de pop,
gewetenloos vlinder ik naar god