duisternis

Zwarte ruggen, ontbreekt ruiterlijk de bekentenis,
van hoop, dan voert niets de ogen verder met staren tot het
weten kraakt,

Een weerkaatsing op de hoge poten, van ongelijk besef

Zij, die geruststellend met een knikken, al afraden te kennen
voeden het blinde kind hun getuigenis voordat ze het geleiden
voorbij de bron achter de bomen voelt het licht,

in de geweien brandt een zon,
(en) niemand wist het

Het vlees waarin de spraak is ontketend
is eender met het hart weggekauwd

geleend, om nimmer terug te geven, de onherroepelijkheid
verstomt voor het de mond raakt

met de wind wanen zij dicht de gaten
tot het kieren begint in hun eigen ogen

Het kind is dan de ziel ontwaakt in de dove muren,
waarlangs het liep en leunde,

tot in de diepte van het heulen,
voor de afstand een weerzien opvat,

dat in de eerste schillen is ontwaart
als (door) de stijve muren het weten
van de hoge ladder openbreekt,

Comments are closed.