ruine
O milord, gebroken ben ik,
versplinterd en verscheurd
op alle recepten huilen de doktoren
in hun drankjes schuilt de nacht
de gestokte adem
van de ouderdom,
vliegt voorbij een zwarte raaf;
de bij vergissing
gevankelijk overgeblevene
uit de zondvloed,
gestrand in zijn zege
met al het mijne
nu behorend aan hem
tussen eindeloos rondgedragen
takjes
De ellende
die zwijgend ligt opgebaard,
onder al het nieuwe,
dat verkondigd word
Vogel
vleugelloos,
uit de worp
gestort,
schrapen asfaltbloemen
je snavel,
naar de winden
O milady, afgereten ben ik
van het mensenleven,
toch word ik
weerhouden om in eenmaal
te sterven, want
het besef dat, de dood in beetjes,
de ontering rekt
de schulp gedoogt
waaruit ik spreek,
vreest niet voor niets
de nieuwe orders met pijn
en onverteerde prooi
mijn ziel is stuk
mijn zicht is kaal
en vergeten wegen
slaan de beelden uit mijn ogen
van geseling.
en breekt de dam
voor uitzinnig
besmeurde rituelen
net als de rot in het hart
dat mijn handen tillen
de genadige leprose
op de sneeuwtop
van schuchtere wandaden
baart in mijn hele pogen
de halve lichamen
omgeven met luister
en dolend leven
dat nog broeierig in dode oogkassen
naar ontraadseling zoekt
van voelen en ervaren van
mijn verkwijnd schip
het was wel verstaanbaar
maar…slechts in
de sterke onderstroom
van vergankelijkheid,
te betomen Dostinex