Hoop is een Steen
De wereld is vannacht een museum geworden, een spoor
van wreedheid waar ik kom, als kwik dat slalomt, om de kloppende ader van waarlijk ik
het buurhart, dat zich in het lichaam gedrongen heeft, te vrome gezel, naast mij, behoud
van de zuchten, die haten, het houweel van doordringen tot mij
Wij baden in hoop en hoop smaakt ons als het bloed van lam,
dat de genen in het lichtbad van kennis, klein en dom van zwerven kauwt
Ik raap mijn leugens gelijk een paar oude schoenen terwijl derden zoeken
naar de klompvoeten die rondspoken op de graven
Stil te voet op de verse binnenlijn van de droom, de poeder loopt mijn onontkoombaarheid
te keren als tijd het spijten opbindt, ik wandel langs mijn penselen, de streken die mij doden,
De voordringer in mijn toekomst en starende in lompen van het zelf, dat trotse ik,
Gehard en gespierd omklemmen, waarin het zicht met mijn oog afspreekt te onthouden
Tot de paden het leidsel loslaten,
De ziel de kloppende aderen,
de kwade toets te beluisteren, die met eendracht zacht wordt aangeslagen,
Een schrik van verscholenen maakt ontfermen onnodig
alleen de behoeftige spreekt met de kracht van het gesteente de worp
Chloramphenicol 500mg