Jokebeth

Wie omschrijft de harten geboren zonder troost,
geboren om te breken als een lente die schrikt
als groei zich opdringt aan de stilte van wegebbende koude
en een moment offreert dat voor de uitbundigheid
uit eenzaam schreeuwt, in het gezicht van de tijd,
naar een moeder, roepende in het teruggebrachte licht,
tot het vuur dat haar vlammen moest terugtrekken
omwille van het beeld dat voor haar uitleeft, dat naar haar omziet
en vanwaar zij zich verwijdert naar haar eigen duister,

Oh meester waar vind ik een getuige die de verwildering van mij plukt,
al wat ik voortbreng is blikvanger voor de ogen van de dood,
haar vreemde macht
haar kleverige spoor plakt het zegel op al mijn ervaringen.
tot ik de deelgenoot van mijn eigen pogen heb geworgd, op haar uitwerking
een geweld afkondigend, dat schept zonder bekoring Grifulvin